Nieuws

Column: Monumenten

Door Petra Jansen

Bij mij om de hoek stond ooit een oorlogsmonument, een soldatenfiguur die een groot vaandel draagt. Op 27 oktober 1955 onthuld, ter herinnering aan de soldaten van de Prinses Irene Brigade die tijdens de oorlog zijn gesneuveld. In 1977 werd het beeld verplaatst naar het Stadhuisplein, omdat de gemeente de herdenking voortaan graag in het centrum wilde houden. Buurtbewoners protesteerden hevig tegen het weghalen van het monument, maar tevergeefs.

Nu, na 40 jaar op zijn nieuwe vertrouwde plek aan het Stadhuisplein, wordt de vaandeldrager dit jaar opnieuw weggetakeld. Naar de Factoriumtuin. Die wordt binnenkort omgedoopt tot Vrijheidspark. Naast het beeld voor de Prinses Irene Brigade komen ook het monument Scotland The Brave, de zwerfkei ter herinnering aan verzetsheldin Coba Pulskens, en het Indiëmonument uit de Gerard van Swietenstraat daar te staan. Want de gemeente vindt het handiger om te herdenken op één dag en één centrale plek.

Ik vind het opmerkelijk dat deze monumenten van hun goed zichtbare locaties worden weggehaald en worden neergezet in een park dat compleet verborgen ligt tussen de gebouwen van de stad. Alleen omdat het de gemeente beter uitkomt. Oorlogsmonumenten zijn er om de herinnering levend te houden aan mensen die gesneuveld zijn voor onze vrijheid. Plaats ze dan ook op plekken waar het voorbijgangers uitnodigt ze wat beter te bekijken en dus om te herinneren.

Voor de zwerfkei ter nagedachtenis aan Coba Pulskens geldt nog iets anders. Dat monument ligt nota bene aan de Coba Pulskenslaan, en niet al te ver van het huis van de verzetsstrijdster aan de Diepenstraat waar zij Joden, verzetslieden en piloten onderdak verleende en uiteindelijk werd opgepakt. Leerlingen van de nabijgelegen basisschool De Zuidwester verzorgen de zwerfkei sinds een aantal jaren. Waarom een monument verplaatsen dat zo geworteld is in de wijk?

Oude bomen moet je niet verplanten, zeggen ze wel eens. Dat geldt ook voor oorlogsmonumenten.

 

 

|Doorsturen