Nieuws

'Gladheidsbestrijding is meer dan strooien alleen'

Door Peter van Oirschot

Ook provincie houdt wegen in winter schoon en veilig

's-HERTOGENBOSCH, Niet alleen gemeenten en Rijkswaterstaat zijn verantwoordelijk voor veilige wegen in de winter. Ook de provincie, als beheerder van de provinciale wegen in Brabant, doet actief aan gladheidsbestrijding.

En dat is 'serious business', weet Richard Pijs uit ervaring. Hij is een van de strooimannen die bij nacht en ontij op pad gaan. Al 18 jaar. "Gladheidsbestrijding is meer dan strooien alleen", vertelt hij.

Brabant kent vijf provinciale steunpunten: Uden, Helmond, Eethen, Oud-Gastel en Westerhoven. Daarnaast zijn er twee steunpunten samen met Rijkswaterstaat, in Breda en Oirschot. In Breda wordt het steunpunt ook nog met de gemeente gedeeld. Met man en macht werken 130 gecertificeerde medewerkers om de 560 kilometer aan provinciale wegen veilig te houden. De provincie heeft er een heus strooiplan voor. Hiervoor zijn in totaal elf calamiteitencoördinatoren verantwoordelijk.

Richard Pijs werkt vanuit steunpunt Breda, beter bekend als het Pekelpaleis. "Het gaat niet alleen om het strooien", vertelt hij. "De werkzaamheden starten direct na de winter met onderhoud van het materieel, contractafspraken met de leveranciers, vervoerders en een weerbureau. Het winterrooster gaat begin oktober al in."

Als het begint te vriezen, geeft een weerbureau aan de provinciale afdeling Beheer en Onderhoud de kans op gladheid door. Een weerkundige belt vervolgens de dienstdoende gladheidscoördinatoren om verwachtingen en eventuele risico's te bespreken. Mede aan de hand van een gladheidsmeldsysteem op internet en overleg met Rijkswaterstaat en de grote gemeenten Eindhoven, Breda en 's-Hertogenbosch wordt besloten of, en zo ja hoe laat en met welke middelen de provincie gaat strooien. Vóór drie uur 's nachts valt het besluit; drie uur later moeten alle provinciale wegen gestrooid zijn.

Een strooiactie bij sneeuwval duurt ongeveer vier uur. "Maar als het lang door blijft sneeuwen soms wel twaalf uur", vertelt Pijs, die naar eigen zeggen weinig slaap nodig heeft. Op de nieuwe strooiers, gevuld met tien ton strooimengsel, zit een handig apparaatje dat geprogrammeerd is op het te strooien wegvak. Pijs: "Strooibreedte en hoeveelheid zijn exact afgepast. Een kind kan de was doen. Met een kwakkelwinter, zoals de laatste jaren met veel neerslag en nachttemperaturen rond het vriespunt, moeten we wel zo'n vijftig keer eropuit. Met een strenge winter hebben we veel droog weer en dan is dat soms maar vijftien keer."

|Doorsturen