Nieuws

Stimuleringsprogramma bijen in Brabant

Door Peter van Oirschot

TILBURG - Er zijn in Nederland 358 soorten bijen. Zij zorgen voor de bestuiving van gewassen en zijn vooral voor de fruit-, groente- en zaadteelt essentieel.

Zonder bijen hebben de landbouw en de samenleving als geheel een groot probleem. Van de belangrijkste gewassen wordt 75% door bijen, samen met hommels en vlinders, bestoven. Zo dragen de honingbij en de wilde bij voor meer dan een miljard euro per jaar bij aan de productie van groene en fruit in Nederland.

In ons land is 90% van het grondgebied voor bijen niet meer geschikt om in te leven. Een verarming van de natuur dreigt. De meeste bijensoorten zouden ook in Brabant te vinden moeten zijn, maar dat is niet het geval. Het gaat hier zelfs sterk achteruit met de bijenstand. Bijensoorten zijn de laatste jaren sneller achteruit gegaan dan andere flora- en faunagroepen. Van de 200 bijensoorten in Brabant is er zo'n 20% inmiddels uitgestorven. Nog eens 30% wordt met uitsterven bedreigd.

Daarom heeft de provincie Noord-Brabant het initiatief genomen om met een groot aantal maatschappelijke organisaties samen te werken om het tij te keren. De provincie heeft hiervoor in de afgelopen jaren ¿ 1.200.000,- ter beschikking gesteld. Er kunnen nog in beperkte mate plannen voor in het buitengebied worden ingediend voor de subsidieregeling.

Met het Meerjarenprogramma Bijenimpuls voor Brabant 2015¿2018 (of Herstelplan voor de Bij in Brabant) willen de projectpartners kennis over bijen delen, gewasbeschermingsmiddelen gericht inzetten en het voedselaanbod voor bijen vergroten. Zo hebben zij in de afgelopen paar jaar 30 uiteenlopende projecten opgezet om de leefomgeving in met name het buitengebied te verbeteren. Bijvoorbeeld door het vergroten van natuurgebieden en de aanleg van verbindingszones hiertussen. Door agrarisch natuurbeheer te stimuleren komen er meer bloemen en kruidensoorten, wat goed is voor bijen. Daarnaast worden gemeenten en agrariërs aangespoord om minder of gerichter gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. De bermen langs provinciale wegen worden ecologisch beheerd. Er worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en er wordt op een speciale manier gemaaid. Waar voldoende ruimte is en geen risico's zijn voor de verkeersveiligheid, worden bermen ingezaaid met bloemrijke kruidenmengsels. De provincie geeft het goede voorbeeld: van de 550 km aan provinciale bermen wordt 500 km al ecologisch beheerd. Verbeterpunt is dat het bloemrijker mag worden. Het is de enige maatregel die op grote schaal bijen kan voorzien in voedsel, nestplaatsen en verbindingen voor verspreiding van bijen.

In de bebouwde kom is het redelijk gesteld met de bijen, maar het buitengebied van Brabant is voor de bij nog niet optimaal. Belangrijke oorzaak voor de achteruitgang van de bijenpopulaties is de aantasting van het leefgebied van bijen. Er zijn te weinig bloemen in het buitengebied en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is ook een probleem. De bij raakt gedesoriënteerd. Een honingbij bijvoorbeeld kan dan de weg naar het volk niet meer terugvinden. En zo stopt de keten van voedselbevoorrading met volkensterfte als gevolg. Het gebruik van diverse gewasbeschermingsmiddelen vergroot ook de kans op ziektes en plagen. Door akkerranden te verrijken met bijvoorbeeld klaprozen, korenbloemen en klaversoorten worden wilde bijen aangetrokken, maar ook akkervogels zoals de kwikstaart en de veldleeuwerik.

Met de 64 gemeenten in Noord-Brabant zoekt de provincie mogelijkheden om tot een meer ecologisch en bijvriendelijk wegbermbeheer binnen gemeentengrenzen te komen. Studenten van de HAS hebben een toolbox ontwikkeld vol met tips voor gemeenten met informatie over het bijvriendelijk inrichten en beheren van gemeentelijk groen. En een aantal partijen werkt aan de ontwikkeling van een digitale landkaart waarop alle bomen van Nederland staan. Dat helpt gemeenten bij het oplossen van het tekort aan voedsel voor bijen. In een later stadium worden zo ook struiken en kruidenvegetatie (bloemen) in kaart gebracht.

Brabanders kunnen zelf ook het nodige doen door de tuin met ander groen in de wijk of het buitengebied te verbinden. Het aanplanten van de vlinderstruik, hemelsleutel, ijzerhard, kamperfoelie en tijm zorgt voor voedsel in de vorm van nectar. En met brandnetel, pinksterbloem, kardinaalsmuts, vuilboom, hulst en wegedoorn wordt de rupsenpopulatie bevorderd.

Kijk voor meer informatie op www.brabant.nl

|Doorsturen