Nieuws

Column: Swappen

Door Petra Jansen

Er stond een fiets ondersteboven in het fietsenrek bij mijn supermarkt. Ik denk niet dat iemand hem nog wilde hebben, want het zadel ontbrak. Toen ik wat beter keek, zag ik dat het een Swapfiets was. Een van de vele duizenden die er in Tilburg sinds een paar maanden rondrijden en de eerste die ik zo verweesd en verwaarloosd aantrof.

De Swapfiets is een hip gekleurde fiets met blauwe voorband. Op internet kan je voor iets meer dan een tientje per maand een contract afsluiten om de fiets te leasen. Voor dat bedrag krijg je een omafiets bezorgd. Gaat je fiets stuk, dan repareert Swapfiets die. Wordt ie gestolen, dan betaal je 40 euro eigen risico mits ie goed op slot stond, anders meer dan het dubbele.

Zou het iets voor mij zijn, zo’n leasefiets? Nou nee. Ik rijd nog steeds naar tevredenheid rond op mijn eigen barrel van 30 jaar oud (dat na mijn column over fietsendiefstal overigens nog steeds niet gestolen is, zoals sommige lezers zich afvroegen). Als ik uitreken hoeveel mijn fiets per jaar kost, kom ik uit op een bedrag dat stukken lager ligt dan een Swapfiets. En die haal-en-brengservice als ie stuk is, heb ik met een uitstekende fietsenmaker in de buurt ook niet nodig.

Swapfiets is een gemaksproduct dat past in het rijtje van Netflix en Spotify. Daar ‘lease’ je tv-series en muziek met een druk op de knop, zonder dat je zelf al die dvd’s en cd’s hoeft te kopen. Studenten, de grootste doelgroep van Swapfiets, verslijten nogal wat fietsen en dan scheelt een leasefiets heel wat kopzorgen. Al kost het dan een paar centen. Bovendien zouden die Swapfietsen het leger aan weesfietsen in de stad wel eens kunnen indammen. Maar dan moeten ze natuurlijk niet allemaal zo eindigen als het exemplaar bij mijn supermarkt.

Petra Jansen

|Doorsturen