In Beeld

Een straat die er nooit kwam

Door Silvester Klaasman

TILBURG - “De Rosmolen was met riet en stroo gedekt, welks uiterlijk deed denken aan eene gewone landbouwschuur. ’t was dan ook eene antikwiteit die vermoedelijk wel van voor duizend jaren kan hebben gedagtekent.” (Cees Smeulders, begin 20e eeuw)

Theo van Etten

Door Theo van Etten

Een beetje raar is het wel. De huizenrij langs de Ringbaan-Oost wordt abrupt onderbroken bij een pand waarvan de voordeur zich om de hoek bevindt. Normaliter zou je hier een zijstraat verwachten, maar in plaats daarvan leidt een inrijpoort naar de erachter gelegen bedrijfsgebouwen. Kees Klerks is al meer dan 55 jaar de bewoner van de hoekwoning en weet hoe het zit: “Deze inrijpoort was ooit gepland als Rosmolenstraat. Er zou een rechtstreekse verbinding komen met de ‘waag’ aan het Rosmolenplein. Die plannen werden wel in gang gezet maar nooit uitgevoerd.” Kees wijst op vier houten pluggen in de gevel van zijn huis: “Kijk, daar was het straatnaambord bevestigd. Dit was destijds het adres Rosmolenstraat 1. Meer huisnummers zijn er niet geweest.”

 

De Tilburgse plattegrond uit 1927 toont inderdaad de geprojecteerde Rosmolenstraat tussen de Ringbaan-Oost en het Rosmolenplein. Maar waar de Rosmolenstraat achter een bureau werd bedacht, is het plein geheel op organische wijze ontstaan. Het is namelijk een oeroude samenkomst van de huidige Koestraat, Lovensestraat, Molenstraat, Hoefstraat, Valentijnstraat en Van Meterenstraat. Al in de middeleeuwen was deze plek blijkbaar zo strategisch gelegen, dat men er een windmolen en een rosmolen bouwde.

Waarschijnlijk stond deze rosmolen er al vóór het jaar 1300. Een ros (een oud woord voor ‘paard’) dreef de molen aan, zodat het malen ook doorging wanneer het niet waaide. Nadat de rosmolen in 1884 volledig afbrandde, werd hij niet meer herbouwd. Ter plaatse vinden we nu de huizen op Rosmolenplein 14a en 15.

 

Wat moeten we ons nu voorstellen bij zo’n rosmolen? Volgens de aantekeningen van een renovatie uit 1778 was het een houten schuur met rondom enkele vensters en een dak van stro. Via twee grote openslaande deuren aan beide zijden kon de molenaar met paard en wagen dwars door de molen heen rijden om te laden en te lossen. Binnen bevond zich het ‘maalbed’ met de maalstoel: een houten kuip met daarin de maalstenen. Het ‘zakbed’ diende voor de opslag van granen en meel. In het middendeel liepen twee paarden urenlang hun rondjes en bracht zo via een ingenieuze constructie de molenstenen in beweging. Met een luiwerkje konden zakken graan en meel naar en van de maalzolder worden gehesen.

 

Van de rosmolen is niets bewaard gebleven, behalve de naam van het plein. Ironisch genoeg vinden we daar nog wel de romp van de windmolen, die een eeuw geleden als ‘Teurlings molentje’ de meeste bekendheid kreeg.

 

Wil je alles weten over het rosmolenplein? Kijk op: www.rosmolenplein.nl

 

|Doorsturen