Nieuws

'Ik wil de mensen als mens zien'

Door Petra Jansen

TILBURG - Hoe maak je psychische kwetsbaarheid bespreekbaar? Een van de manieren is het koffiegesprek met een Tilburger die een voorbeeldfunctie heeft. Ervaringsdeskundigen Gerda Braam en Lysanne Ossewaarde gaan op bezoek bij wethouder Erik de Ridder.

DOOR STAN VERHAAG

Erik de Ridder is nu ruim acht jaar wethouder (van gezondheid, sport, integratie en participatie) in Tilburg. “Ik ben de politiek in gegaan omdat ik mensen wilde helpen of verder wilde helpen”, zegt hij aan het begin van het gesprek. “Als mensen er zelf niet komen, als het niet vanzelf gaat, dan zijn wij er, dan ben ik er. Inwoners hebben soms ondersteuning nodig.”

Gerda Braam en Lysanne Ossewaarde stellen zich aan de wethouder voor. “Ik was een alleenstaande moeder met drie kinderen van wie twee met een beperking. Ik kreeg een burn-out”, vertelt Braam, “was depressief, leed aan obesitas en woog op een gegeven moment tweehonderd kilo. Ik kwam bij RIBW Brabant terecht, dat mensen begeleidt die om psychiatrische redenen langere tijd ondersteuning nodig hebben op het gebied van wonen, dagbesteding en werk. Het zou voor één jaar zijn, maar het werden er zeven. Nu werk ik 32 uur bij RIBW. Als je dat tegen de GGZ had verteld toen ik daar als cliënt zat, hadden ze je opgenomen.” Ossewaarde: “Ik werk als vrijwilliger bij RIBW. Ik heb tien jaar begeleid gewoond, daarvóór zat ik in de GGZ. Nu ben ik een vrijwilliger met ervaringsdeskundigheid, die ik graag deel namens RIBW.” Ervaringsdeskundigheid is een thema waarop Erik de Ridder inhaakt. “Zelf ben ik geen ervaringsdeskundige als het gaat om het afhankelijk zijn van zorg of het niet in staat zijn om voor mezelf te zorgen”, zegt hij. “Maar ik vind wel dat je ervaringsdeskundigheid moet inbouwen in beleidsprocessen. Als je dat doet, dan weet je wat er leeft en wat het beleid oplevert, wat het effect is van je beleid.”

 

Gerda Braam: “U zegt dat u geen ervaring heeft met zorg krijgen. Maar u heeft toch ook wel eens griep gehad? Dan krijgt u toch ook zorg?”

Erik de Ridder: “Klopt, maar bij griep weet je dat het op een gegeven moment weer voorbij is. Zo moet ik zelf ook elke dag een pilletje innemen omdat mijn schildklier anders niet goed werkt. Dat is wel te overzien. Maar mijn definitie van GGZ-zorg of van een jongere met een lichte verstandelijke beperking is dat voor hen de zorg niet ophoudt. Kijk maar naar de complexe GGZ, of naar mensen met een verslaving: dat kun je eventueel onder controle krijgen, maar met griep werkt dat anders.”

 

Gerda Braam: “Wat kunt u zelf doen voor deze mensen?”

“Wat ik kan doen, is het gesprek voeren over de vraag wat het betekent om samen een stad of samenleving te zijn. Daar is geen beleidsprogramma voor. Ik wil dat Tilburg een inclusieve stad is. Maar wat betekent dat in de praktijk? En hoe treden we op als het niet vanzelf gaat? En over wie hebben we het dan? Over iedereen! Problemen veroorzaakt niemand voor zijn lol. De term ‘inclusieve stad’ staat in onze beleidsstukken. Maar ik wil er graag meer woorden aan geven, vandaar dat ik opdracht heb gegeven om een zogenaamde verkennende notitie op te stellen. We gaan een verhaal schrijven waar iedereen in past. Althans, naar dat verhaal ben ik op zoek. Het gaat om mensen met beperkingen, mensen met een andere achtergrond, et cetera. Ik wil het overigens niet formuleren als een probleem, maar als: wat hebben alle Tilburgers nodig om erbij te horen? Als u mij vraagt wat ik zelf kan doen: mijn rol als wethouder is om anderen te faciliteren om hun werk goed te doen.”

 

Lysanne Ossewaarde: “Zijn er ook verborgen psychische kwetsbaarheden binnen de gemeentelijke organisatie?”

“Onder ambtenaren? Zeker, denk bijvoorbeeld aan burn-out. Ook binnen onze eigen gemeentelijke organisatie hebben we het meegemaakt dat mensen het ene moment nog aan tafel zaten, meevergaderden, keurig ja zeiden als hen iets gevraagd werd, en het volgende moment knapte er iets in hun hoofd, konden ze niet meer overzien wat er van hen verwacht werd en waarom ze deden wat ze deden.

“Ik denk dat voor iedereen geldt dat behoud van decorum en ratio een evenwichtsspel is. En bij de een is de balans eerder zoek dan bij de ander. Laatst heb ik een werkbezoek gebracht aan iemand die beschermd woonde. Zijn begeleider was er ook bij. Ik kon uit niets afleiden dat hij in beschermd wonen zat. Hij had een goed verhaal, was heel rationeel, reflecteerde ook op zichzelf. Dat vond ik knap.”

 

Lysanne Ossewaarde: “Hoe reageerde u op de collega die een burn-out kreeg?”

“Ik heb vaak te weinig tijd, dat is jammer. In mijn vorige werk had ik voor zulke dingen meer ruimte. Ik heb toen hele dagen zitten praten met een collega wier zusje ziek was geworden en niets meer zelf kon. De collega vond het fijn om daarover te kunnen praten met iemand. Als wethouder heb ik voor zulke gesprekken geen ruimte in mijn agenda; tussen deze afspraak met jullie en de volgende zit geen enkele ruimte. Ik noem mijzelf wel eens de slechtst bereikbare ambtenaar van Tilburg. Dat is het leven van een wethouder. Ik zou ook kunnen zeggen: vanaf nu maak ik vijftig procent minder afspraken. Maar ik zou heel ongelukkig worden van een uur niks doen. Toch heb ik ook graag tijd voor mensen. Misschien zou ik af en toe eens een half uur daarvoor moeten reserveren.”

 

Gerda Braam: “Als RIBW bieden we cliënten de mogelijkheid om onze Kiemuren te bezoeken. Een Kiemuur is een vrij toegankelijke en laagdrempelige ontmoetingsplek, waar niet alleen onze eigen cliënten, maar alle wijkbewoners gemakkelijk binnen kunnen stappen voor ondersteuning, advies of een luisterend oor. De medewerkers van het Kiemuur weten waar ze het over hebben, vanwege hun eigen ervaring met lichamelijke of psychische klachten en/of verslaving. Is het een idee om iemand van de gemeente een keer te laten meekijken?”

“Ik wil heel graag zelf eens komen kijken. Want dan snap ik pas hoe het zit, dan realiseer ik mij pas hoe het in de praktijk werkt. Het is te makkelijk om te oordelen op basis van papieren rapporten. Daarom wil ik graag zelf aanschuiven bij een Kiemuur.”

Gerda Braam: “Het lijkt mij heel leuk om eens zo'n hoge pief te verwelkomen! Als ik tegen mensen vertel dat ik met de wethouder ga praten, zoals vandaag, dan zeggen ze: ‘Zo! Jij hebt het ver geschopt! Jij mag bij de wethouder aanschuiven!'”

 

|Doorsturen