Nieuws

'Jullie verhalen raken me'

Door Petra Jansen

TILBURG - Hoe maak je psychische problematiek bespreekbaar? In Tilburg worden koffiegesprekken georganiseerd met Tilburgers die een voorbeeldfunctie hebben. Ervaringsdeskundigen Gerda Braam en Toon Walravens gaan op bezoek bij Frans Swinkels, concerndirecteur met de porteufeuille sociaal domein bij de gemeente Tilburg.

Ooit was hij politiecommissaris, maar nu werkt Frans Swinkels alweer tien jaar bij de gemeente Tilburg. "Morgen zit ik op de fiets met iemand die in de GGZ werkt", zegt hij aan het begin van het gesprek. "Want ik wil blijven snappen hoe de rauwe werkelijkheid eruitziet."

Swinkels is dan ook nieuwsgierig hoe Gerda Braam de jarenlange hulpverlening heeft ervaren. Zij was langere tijd depressief en zat zonder werk, ze worstelde met diabetes en woonde begeleid. Maar de laatste jaren gaat het weer een stuk beter. "Ik wist hulpverleners jarenlang zó te manipuleren dat de dingen precies zo gingen als ik wilde", antwoordt Braam op de vraag van Swinkels. "Dus als zij zeiden dat we een uurtje gingen wandelen, dan wist ik het zo te draaien dat we helemaal niet gingen. Hulpverlening was effectief totdat er weer iets gebeurde wat mij de moed ontnam. Bij de minste of geringste tegenslag ging ik voor drie weken mijn bedje in", zegt Braam. "Mijn zelfbeeld was drie keer niks. Dus als ook maar één hulpverlener mij vertrouwen gaf en in mijn waarde liet, dan had ik daar wat aan."

'Fijne klotedag'

Gerda Braam illustreert het met een voorbeeld. "Op een dag vroeg een hulpverlener aan mij: 'En, Gerda, hoe gaat het met jou?' "Ik heb een klotedag", antwoordde ik. "Nou, fijne klotedag dan", zei de hulpverlener vrolijk. Weet je wat er gebeurde? Die dag deed ik meer nuttige klusjes dan in al die maanden en jaren ervoor. Waarom? Omdat ik eindelijk eens geen advies kreeg van een hulpverlener. Bij alle adviezen die al die hulpverleners mij gaven was ik van plan ze te volgen, althans de eerste twee uur, waarin mijn problemen voor de eerste plaats gingen en wonnen. Maar die ene keer mocht het zijn zoals het was."

Frans Swinkels zit geboeid te luisteren. "Ik ben steeds meer geïnteresseerd in de vraag: Wat doet het met een mens als hij langdurig aan de kant staat? Wat doet dat met iemands zelfbeeld, zijn motivatie om eruit te komen? Ik kom steeds meer tot het besef dat mensen daarbij ondersteuning nodig hebben. We moeten accepteren dat sommige mensen hun hele leven steun nodig zullen hebben." Toon Walravens bevestigt het: "Psychische problemen vragen om ondersteuning, laat dit geen reden worden om achter de geraniums te zitten. Herstellen doe je zelf, maar niemand kan het alleen." Walravens spreekt uit ervaring. "Ik heb nooit op school gezeten. Ik kwam in aanraking met kinderbescherming, psychiatrie, verslavingszorg, justitie en stond bij het UWV te boek als onbemiddelbaar. Maar gelukkig is er een positieve kanteling geweest. Ik heb een opleiding tot agoog gedaan en stuur nu samen met anderen 85 ervaringsdeskundigen aan. Ook maak ik vanuit cliëntperspectief deel uit van het landelijke schakelteam verwarde personen."

Problemen opgeknipt

Frans Swinkels' analyse is dat we in ons land problemen hebben opgeknipt. Mensen krijgen hulp als ze schulden hebben, als er sprake is van psychiatrische problematiek, als ze crimineel gedrag vertonen. Maar voor elk probleem is in Nederland een aparte organisatie opgericht, stelt Swinkels. 'We zijn de samenhang kwijtgeraakt. De ene dag geeft een hulpverlener het advies dat iemand werk moet gaan zoeken, de volgende dag zegt een andere hulpverlener dat hij of zij meer tijd aan de kinderen moet besteden. Dat werkt dus niet.'

Toon Walravens deelt Swinkels' analyse: 'We hebben er een complexe samenleving van gemaakt. Maar levensvragen moet je niet professionaliseren. We moeten niet verzanden in systeemdenken en financiën. De GGZ denkt al heel snel in medische termen en in maakbaarheid. Maar niet alles is maakbaar of medisch op te lossen.'

Swinkels: 'Klopt. We hebben alles verknipt en doorgeprofessionaliseerd. Met de beste bedoelingen, hoor, dus begrijp me niet verkeerd! Gezinnen met een inkomen uit de bijstand kunnen gemiddeld drie tot zes toeslagen krijgen, van huursubsidie tot zorgtoeslag, maar vaak weten ze de weg niet en doen ze zichzelf dus te kort. Dat is zonde.'

Eerst het gesprek

Gerda Braam: "Maar het kan ook andersom werken. Toen ik ging werken moest ik opeens zoveel gaan betalen dat het financieel niet interessant was om te gaan werken." Walravens: "Er kan dus ook een perverse prikkel uitgaan van regelingen." Braam: "Precies!' Swinkels: "Mijn passie is dan ook om de dingen begrijpelijker te maken. Mijn doel is een werkbare, passende ondersteuning te bieden als mensen het nodig hebben." Braam: "Maar hoe ontdek je of iemand hulp nodig heeft? Ik werd bijvoorbeeld regelmatig overschat door hulpverleners." Swinkels: "Heel terechte vraag. We moeten dus maatwerk leveren. Ik geloof daar heilig in, hoe moeilijk het vaak ook is. Je moet gelijke gevallen gelijk behandelen, maar ongelijke gevallen verschillend en dus is maatwerk nodig en ook toegestaan. Er zijn namelijk niet zo veel gelijke gevallen. Om te beginnen moeten mensen de kans en de tijd krijgen om hun verhaal te vertellen. Dus we moeten niet meteen met een plan voor een half jaar komen aanzetten."

Toon Walravens knikt, want 'het verhaal vertellen' is volgens hem cruciaal: "Als ik met mensen praat, dan luister ik. Ik kende een vrouw die tien jaar een relatie had en kinderen wilde. Op de dag dat ze dat tegen haar man wilde zeggen, kwam hij thuis met het verhaal dat hij een ander had ontmoet en bij haar weg wilde. De vrouw vluchtte in haar werk, maar vond daar onvoldoende houvast. Langzaam kwam ze in een burnout terecht. Toen ik haar sprak, zei ze: 'Ik kan niet meer genieten. Twee jaar geleden gaf ik mijn leven het cijfer 8, nu nog een 3.' Er was sprake van levenslijdensdruk. Dat vraagt zorgvuldige ondersteuning. Er gebeurt al veel goeds, maar luister naar de verhalen. Hulpverlening moet geen kunstje worden. Ga als hulpverlener eerst het gesprek aan. Schakel je professionaliteit pas in als je weet waar iemand mee geholpen is."

Voorspellen

Frans Swinkels vertelt dat de gemeente tegenwoordig op basis van allerlei data kan voorspellen of de kans dat het met iemand misgaat groot is. "Die kans moeten we minimaliseren", vindt hij. "Bij vroegsignalering is er sprake van eerste signalen, maar we moeten toe naar preventie. Het is dus nog beter om uit te gaan van een positief opgroeiklimaat voor jongeren. Hoe kunnen we dat stimuleren? Als iemand opgroeit in een situatie waar geweld is, waar middelen worden gebruikt, waar schulden zijn, waar maar één ouder is: we weten dat als we daar niet ondersteunen, de kans heel groot is dat het misgaat."

Gerda Braam: "Maar houdt u de ellende op die manier niet juist in stand? Een van mijn zoons is in zijn leven vaak uit huis geplaatst geweest. Er was sprake van hechtingsproblematiek, en nog steeds luistert hij naar mij minder goed dan naar een vreemde. Toen hij 18 jaar was, hield de zorg zelfs helemaal op. Maar toch ben ik ervan overtuigd dat positief denken helpt en dat je mensen altijd moet stimuleren en motiveren. Mijn zoon heeft autisme. Ik weet uit ervaring dat juist als je anders kijkt naar een beperking, er een kentering kan ontstaan."

Frans Swinkels: "Helemaal mee eens. We moeten inderdaad geen stempel plakken. Bij 95 procent van de jongeren gaat het goed. Ik had zelf twee pubers. Af en toe is er wat, maar over het algemeen komt het met hen best goed. Maar we moeten wel opletten. Het is en blijft mijn passie om mensen voor grote problemen te behoeden."

Rol van de gemeente

Frans Swinkels is nieuwsgierig hoe Gerda Braam en Toon Walravens de rol van de gemeente zien. "Geef mensen de tijd", zegt Braam. En Walravens komt met een opsomming: "Eén: stimuleer de ketenpartners om te werken aan een inclusieve samenleving, want niemand is in zijn eentje eigenaar, we zijn samen eigenaar. We doen de dingen op dit moment nog niet optimaal, maar we werken wel steeds meer samen. En dat is de oplossing. Twee: knip de samenleving niet meer op in schulden, wonen, et cetera, want zorg moet toegankelijk zijn. Drie: hulpverleners moeten niet alleen maar pamperen, ze moeten iemand ook prikkelen om verantwoordelijkheid te nemen. En vier: zorg voor continuïteit van zorg en begeleiding. Nu is het vaak zo dat als kinderen of pubers terugkeren in hun eigen gezin nadat ze jeugdzorg hebben gehad, daar weinig tot niks veranderd is."

Frans: "Daar ben ik het mee eens. In Tilburg willen we daar op tijd bij zijn. De financiën zijn nog gebaseerd op het opgeknipte systeem. Wij willen op tijd erbij zijn en eventueel ondersteuning bieden. Want als jongeren of jongvolwassenen nadat de hulp eindigt terugkeren in dezelfde omstandigheden als toen ze vertrokken, dan is het kansloos."

Tong op de schoenen

Toon Walravens vindt het belangrijk dat buren en familie van mensen met psychische problematiek aandacht krijgen, "want zij lopen vaak met de tong op de schoenen." Ook daar ziet hij dus een taak voor de gemeente: ondersteun mensen in de straat en in de wijk. "Ik ken op dit moment een aantal jongens uit onder andere Bosnië", vertelt hij. "Ze hebben posttraumatische stressstoornis of zijn van een koude kermis thuisgekomen toen ze terugkeerden uit de oorlog. Sommigen zijn verslaafd aan drugs en alcohol, door hun verhaal te delen herstellen ze sneller dan voorheen. Als je de persoon erachter ziet, dan moet je constateren dat het misging bij het oorlogstrauma dat ze rond hun twintigste opliepen. Is er ruimte voor deze groep in onze samenleving? Dat is de vraag. Deze jongens behoren tot wat we 'verwarde personen' zijn gaan noemen. Dat is een te breed begrip, het gaat van eenzame mensen tot overlastveroorzakers tot mensen die met justitie in aanraking komen tot plegers van levensdelicten. Bij mij in de straat woont een van die jongens uit Bosnië. Door de overlast die hij in de buurt veroorzaakte, hadden mensen een hekel aan hem. Tot we met hem in gesprek raakten en hoorden over zijn tijd in Bosnië. Toen kregen we ook iets van compassie. Van een vervelende vent werd hij een mens met een verhaal. Dat vraagt tijd, lef en moed. Daar moeten we meer oog voor hebben en meer zorg aan besteden. Aan iemands naasten kun je zien hoe het met hem of haar gaat. Wees daarom als gemeente de ogen en oren van de samenleving."

Verrassende vraag

Aan het eind van het koffietafelgesprek stelt Toon Walravens een verrassende vraag aan Frans Swinkels: "Wat doet het met u als u de verhalen hoort van mensen met psychische problemen?" "Dat raakt mij", zegt Swinkels. "Soms word ik boos vanwege iemands uitzichtloosheid. En soms denk ik: wat heb ik het zelf goed getroffen in mijn jeugd! En ik realiseer me dan terdege dat niemand fout wordt geboren. Je kunt ook veel pech hebben in je leven. Jullie verhalen raken me." Swinkels sluit het gesprek af met een laatste pleidooi: laten we meer gebruik maken van de ervaringsdeskundigheid van mensen. "Hulpverleners onder elkaar raken al snel verzeild in een overtuigingsdiscussie over wat de beste aanpak is. Maar ik zie steeds meer in dat de kracht van het dagelijks leven belangrijk is. Ons gesprek bevestigt dat. Ervaringsdeskundigheid is een sterk instrument. Want je kunt wel eindeloos over opvattingen praten, maar het is beter om te leren van concrete gevallen en concrete maatwerkoplossingen. De kracht van verhalen uit de praktijk is belangrijk om veranderingen of verbeteringen te realiseren."

|Doorsturen